De ontdekking van het wandelen

Tijdens de lockdown hebben veel mensen het wandelen terug ontdekt. Aangezien we niet veel andere redenen mochten hebben buiten o.a. gaan wandelen om naar buiten te kunnen gaan, zijn we dat ook steeds meer beginnen doen. De laatste tijd was het weer ook ideaal om buiten een ommetje te gaan maken. Wat velen onder ons voor de lockdown wandelen ‘tijdverlies’ vonden, beginnen we het nu steeds meer te appreciëren.

 

Waarom trekt wandelen ons zo aan?

In de eerste plaats biedt wandelen, al is het maar een eenvoudig ommetje, de vrijheid van de time-out: de last van de zorgen van je afwerpen, een tijdlang je bezigheden vergeten. Je kiest ervoor je bureau thuis te laten, je gaat de deur uit, flaneert, denkt aan iets anders.

Voor wie er geen ervaring mee heeft, lijkt de simpele beschrijving van wat wandelen inhoudt, al snel dwaasheid, verstandsverbijstering, vrijwillige slavernij. De reden daarvoor is dat de stadsmens spontaan in termen van ontberingen denkt over iets wat voor een wandelaar een bevrijding lijkt te zijn: je zit niet meer gevangen in het web van constante uitwisselingen, je bent niet langer meer een kleine knoop in het netwerk dat informatie, beelden en producten verspreidt. Je wereld stort niet in als je niet online bent, sterker nog, al die verbindingen lijkt opeens een zware, verstikkende, te strak aangetrokken strop.

Wandelen zorgt ervoor dat de tijd precies vertraagt. Je geniet even van je omgeving en neemt echt de tijd om alles in jou op te nemen. Dit is het tegenovergestelde van gehaast zijn. En snelheid is een illusie, want je denkt dat je er tijd mee wint. De berekening lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: iets in twee uur doen in plaats van drie maakt een uur tijdswinst. Toch is het een abstracte rekensom, omdat je doet alsof elk uur van de dag precies gelijk is aan het andere, als in een mechanische klok.

Maar haast en snelheid versnellen de tijd, die vliegensvlug voorbijgaat, en het twee uur lang haasten maakt je dag korter. Ieder moment wordt verscheurd doordat het steeds in segmenten wordt verdeeld, tot barstens toe wordt gevuld en er in een uur een hele berg dingen wordt samengepropt.

Dagen van traag wandelen duren erg lang: ze laten je langer leven, omdat alle uren, alle minuten, alle seconden lucht krijgen, diepte krijgen, in plaats van te worden gevuld totdat ze uit hun voegen barsten. Je haasten is een aantal dingen tegelijk doen, en ook nog snel. Dit, dan dat, en nog iets anders. Als je je haast, zit de tijd barstensvol als een overvolle lade waar zonder enige orde dingen en nog eens dingen in zijn gepropt.

Traagheid is in perfecte overeenstemming zijn met de tijd. Het uitrekken van de tijd verdiept de ruimte. Het is een van de geheimen van het wandelen: een trage benadering van landschappen maakt ze gaandeweg vertrouwd. Net als vriendschap, die groeit door elkaar regelmatig te zien.

 

Laten we met z’n allen wat vaker gaan wandelen, ook na de lockdown.

 

Karin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *